Dat snap je toch wel?!

27 juni 2019 - Algemeen 27 juni 2019 - laaggeletterdheid 27 juni 2019 - werkgevers

Als je geen geld hebt moet je het ook niet uitgeven. En vraag die toeslag nou gewoon aan, online staat precies hoe dat moet. Gewoon kwestie van doen wat er staat. Hoe moeilijk kan het zijn?

Heel moeilijk voor de grote groep laaggeletterden in Nederland. Toch verwachten we het van ze. En dat werkt niet.
Obv een publicatie van Laaggeletterdheid en schulden staan niet los van elkaar, hoe pak je deze problematiek aan?van Natascha Notten & Jansje van Middendorp

Ongeveer 18% in Nederland is laaggeletterd, waarvan meer dan de helft autochtonen. En terwijl financiële problemen en laaggeletterdheid worden besproken als aparte problemen, gaat het vaak om dezelfde mensen of gezinnen. Laaggeletterdheid gaat niet alleen over taal maar ook over cijfers en digitale vaardigheden.

Laaggeletterdheid gaat samen met minder kansen op de arbeidsmarkt en draagt bij aan het niet kunnen oplossen van financiële problemen of aanvragen van inkomensondersteunende voorzieningen. Hierdoor leven laaggeletterden vaker onder de armoedegrens leven en/of lopen zij betalingsachterstanden op. Opgroeien in armoede heeft weer invloed op taalvaardigheid en zo blijft het probleem vaak binnen een familie bestaan. Zo houden armoede en laaggeletterdheid elkaar in stand en worden de problemen doorgegeven aan de volgende generatie.

85% van de mensen met financiële problemen is buiten beeld. Gek he?
Ondanks de samenhang tussen laaggeletterdheid en armoede vragen we deze mensen het vooral zelf op te lossen. Om bijvoorbeeld in aanmerking te komen voor een schuldhulpverleningstraject moeten mensen zelf al het relevante papierwerk bij elkaar zoeken. Van mensen in armoede wordt verwacht dat zij zelf de inkomensondersteunende voorzieningen aanvragen. Voorzieningen en ondersteuning zijn hierdoor slecht bereikbaar voor een groot deel van deze mensen, omdat zij niet in staat zijn dit zelf te doen.

Er is hulp. Waarom lossen mensen hun probleem niet gewoon op?
Mensen die met (meerdere) problemen kampen, ontbreekt het vaak aan een lange termijn planning en oplossend vermogen. Mensen met langdurige financiële problemen hebben daarbij ook vaak te maken met veel stress. Schaarste door armoede en een langdurig gebrek aan geld, slokt veel cognitieve en mentale kracht op. Daardoor komen beslissingen en plannen die op langere termijn van belang zijn onder druk te staan. Bijvoorbeeld beslissingen over het aangaan van een schuldhulpverleningstraject, aanvragen van toeslagen en indienen van de belastingaangifte. Maar ook het werken aan de taal-, reken- of digitale vaardigheden. Het gevolg is dat mensen met de dag leven, minder goed in staat zijn om doelen en prioriteiten te stellen, emoties te reguleren en strategieën te ontwikkelen voor als het tegenzit.

Daarbij zijn laaggeletterdheid en armoede geen zaken waar mensen graag mee naar buiten komen. Het is vaak een voor de omgeving verborgen problematiek. Dus de eerste uitdaging is al om deze mensen te vinden. Daarnaast is het een kwetsbare groep, die al het één en ander heeft meegemaakt. De vele teleurstellingen hebben vaak ook geleid tot wantrouwen ten opzichte van onbekenden en instanties.

Wat werkt dan wel?
Eenvoud. Mensen moeten vaak allerlei formulieren invullen en gegevens aanleveren die bij de desbetreffende instantie al bekend zijn. Benader mensen zelf als zij recht hebben op ondersteuning, een inkomensvoorziening of regeling.
En: Inzetten van vertrouwenspersonen. Iemand die de kloof van schaamte overbrugt. Dat kan een beroepskracht, een vertrouwde vrijwilliger of iemand uit het sociale netwerk zijn. Als degene die helpt bij de financiële problemen een goede band heeft opgebouwd met de hulpvrager, en denkt dat er sprake is van laaggeletterdheid, zal de klant eerder geneigd zijn aan hulp voor laaggeletterdheid deel te nemen. De vrijwilliger kan de hulpvrager verwijzen of een keer meegaan. Dat kan alleen als de vrijwilliger het probleem van laaggeletterdheid herkent. Of omgekeerd: het taalmaatje herkent de armoede- en schuldproblematiek en weet waar de hulpvrager terecht kan.